Gamification en de self determination theory

Onlangs polste ik via het platform Yammer of er bij Hogeschool Rotterdam misschien docenten bezig zijn met serious games of gamification in hun onderwijs. Ik zag het onderwerp steeds vaker langskomen in internationale blogs, wist er zelf eigenlijk weinig van af en was benieuwd of het bij ons heel misschien al ergens geland was in de dagelijkse onderwijspraktijk. Dan wilde ik daar wel eens komen praten.

Wat gebeurt er veel!
Dat heb ik geweten. De reacties stroomden binnen. Flink wat collega’s zijn er allang mee bezig en nu zit ik met een lijst van minimaal twintig namen van collega’s die ik dus wil spreken. Dit heeft me meteen al drie dingen geleerd:

  • wat fijn dat er Yammer is;
  • wat gebeurt er veel!; en
  • wat weet ik eigenlijk weinig.

Serious gaming en gamification: er is verschil
Het feit dat ik weinig weet is gemakkelijk op te lossen. Google is my friend en mijn collega’s ook, dus nu weet ik bijvoorbeeld al dat er verschil is tussen serious gaming en gamification. En nu weet ik ook dat ik er vroeger zelf als docent ook al aan deed. Ik liet mijn studenten bedrijfseconomie een beursspel doen. Ieder kreeg fictief f 100.000 te beleggen en degene die aan het einde van het semester de waardevolste aandelenportefeuille had won. Zij leerden veel over de beurs en ik over Excel. Want toen we nog harde Hollandse guldens hadden waren er nog geen online games, dus zat ik al die orders handmatig in te kloppen.

Dat beursspel is een voorbeeld van serious gaming: echt gamen om van het spel iets te leren. Bij gamification speel je geen game maar neem je game-elementen op in je onderwijs, zodat studenten zichzelf net zo gaan verliezen in hun huiswerk als in een game. Je kunt je studenten bijvoorbeeld levels laten halen op weg naar een einddoel, een competitief element of een verhaallijn inbouwen, of simpelweg je taalgebruik aanpassen. Echt waar, het werkt. Want zeg nou zelf, wat klinkt spannender: “Je staat op het punt het schimmige rijk van de hedgefunds te betreden. Om de poort naar dit rijk te openen heb je een code nodig. Deze code krijg je van Hector de poortwachter zodra je het volgende optieprobleem hebt opgelost. Hoe snel kraak jij de code?” of “Om aan opdracht 2 over hedgefunds te mogen beginnen moet je eerst opdracht 1 over opties voldoende hebben gemaakt.”? Het doel is dat studenten het leerproces in getrokken worden en zó gemotiveerd en betrokken raken dat ze niet meer willen stoppen met leren.

Self determination theory
Eén van de vigerende theorieën op het gebied van motivatie is de self determination theory (SDT) van Deci & Ryan. Het is dus interessant om de motivatieclaim van de gamification eens te toetsen aan deze SDT. De SDT stelt dat er drie factoren zijn die in hoge mate een positieve invloed hebben op onze motivatie:

  • autonomy – het zelf invloed kunnen uitoefenen op een situatie;
  • competence – het gevoel hebben iets (steeds beter) te kunnen;
  • relatedness – het gevoel hebben verbonden te zijn met anderen.

Autonomy
Hier kunnen we denk ik kort over zijn: zonder autonomie is het spelen van welk spel dan ook niks aan. Je wilt zelf je strategie kunnen bepalen, zelf kunnen beslissen wanneer je iets doet en je wilt ook zien dat wat jij hebt gedaan gevolgen heeft. Dit stelt dus eisen aan de feedback. Die moet snel en adequaat zijn. Het mooiste is intrinsieke feedback. Dat is feedback die direct voortvloeit uit de actie zelf: een brug explodeert nadat je er een bom op hebt laten vallen, het energy-level van je avatar stijgt nadat je een opdracht succesvol hebt afgerond.

Competence
Het gevoel dat je denkt dat het zal gaan lukken motiveert enorm om te volharden in je pogingen. Zolang je het gevoel hebt dat je in staat bent jezelf zodanig te verbeteren dat je verder kunt komen in het spel zul je je uitgedaagd voelen dit ook te proberen. Dit strookt met het bedienen van Vigotsky’s zone van naaste ontwikkeling. Een goede game of game-element moet je uitdagen net een stap verder te gaan dan je denkt dat haalbaar is. Overtref jezelf 😉

Relatedness
Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen. Er zijn weinig spellen die in je eentje echt motiverend zijn. Solitaire, what’s in a name, misschien daargelaten. De meeste games speel je met of tegen een ander. Het samen kunnen behalen van een mooi resultaat motiveert om goed samen te werken en vol te houden. Een competitief element zorgt ervoor dat je je gemotiveerd voelt het uiterste van jezelf te vragen teneinde de ander te verslaan.

Conclusie
De motivatieclaim lijkt dus terecht. Maar wel onder de voorwaarde dat bovenstaande drie factoren – autonomy, competence en relatedness – op een goede manier worden bediend. Als ook maar één van die drie bij de andere twee achterblijft, zo stelt de SDT, keldert de motivatie van de deelnemer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s