Understanding social interaction in Computer-Supported Collaborative Learning

In dit proefschrift 1) beschrijft Bart Rienties een aantal studies op het gebied van computer ondersteunend samenwerkend leren, in het Engels beter bekend als Computer-Supported Collaborative Learning (CSCL). In het bijzonder richt dit proefschrift zich op het begrijpen van de complexe dynamieken in sociale interactie van studenten die samen leren in een online context.

Onderzoek onder verschillende studentenpopulaties
Bart Rienties heeft voor zijn proefschrift verschillende studentenpopulaties onderzocht, zoals:
• online summer pre-courses voor aankomende buitenlandse economie studenten. Aankomende studenten met een kennisachterstand op economie werken 4 tot 6 weken samen in online teams aan praktijkgeoriënteerde problemen binnen de economische wetenschap;
• online bijspijkercursussen in twee vormen namelijk: individueel zelfgestuurd leren (in de vorm van wiskunde bijspijkeronderwijs) en groepsgewijs probleemgestuurd leren (in de vorm van economie bijspijkeronderwijs).

Op basis van de ervaringen in de twee bijspijkercursussen en literatuuronderzoek zijn succesfactoren voor effectief online bijspijkeronderwijs gedestilleerd, namelijk:
1) 24/7 toegang tot en beschikbaarheid van de leeromgeving;
2) aanpassingsvermogen van de leeromgeving op de eerdere kennis, de leerstijl en de voorkeur van de individuele student;
3) interactie stimuleren met andere studenten; en
4) snelle feedback op geleverde prestaties;
5) aanpassingsvermogen van het onderwijs en de toetsing.
Deze succesfactoren zijn in het proefschrift nader beschreven als Online remedial teaching model(2.

Communicatie tussen studenten
Bart Rienties heeft de communicatie tussen de studenten in de online omgevingen geanalyseerd met behulp van de volgende drie vragen:
1) Welke studenten praten met elkaar?
2) Wat zeggen de studenten tegen elkaar?
3) Waarom zeggen de studenten wat ze zeggen?
Hij heeft daarvoor gebruik gemaakt van de geïntegreerde multi-methode van Maarten de Laat (3.

Motivatie van studenten
Bart Rienties heeft ook gekeken naar de effecten van motivatie van studenten op hun bijdragen in discussieforums. De resultaten wijzen uit dat intrinsiek gemotiveerde studenten meer interacteren in het sociale netwerk en actiever bijdragen aan (hogere cognitieve) discussies dan extrinsiek gemotiveerde studenten. Met andere woorden, motivatie is van invloed op de bijdragen en de positie van studenten in het sociale netwerk. Voor het vaststellen van de motivatie heeft Bart Rienties gebruik gemaakt van de Academic Motivation Scale (AMS) van Robert Vallerand(4. Dat meetinstrument omvat 28 vragen met een 7 puntsschaal om de motivatie van academische studenten te onderscheiden tussen ongemotiveerd, extrinsiek en intrinsiek gemotiveerd. http://www.er.uqam.ca/nobel/r26710/LRCS/scales/emecegep_en.doc

Bart Rienties heeft ook onderzocht of studenten willekeurig met elkaar interacteren of dat er sprake is van een onzichtbare hand die interactie met sommige studenten aantrekkelijker maakt dan met anderen? De resultaten geven aan dat extrinsiek gemotiveerde studenten een voorkeur hebben om te discussiëren met intrinsiek gemotiveerde studenten. Echter, intrinsiek gemotiveerde studenten hebben een sterke voorkeur om met andere intrinsiek gemotiveerde studenten te discussiëren in onze context. Met andere woorden, er is een onzichtbare hand die het aantrekkelijk maakt om met sommige studenten wel en met andere studenten niet te discussiëren. Deze onzichtbare hand leidt er toe dat extrinsieke gemotiveerde studenten minder reacties ontvangen en feedback op hun bijdrages. Sociale interactie en “co-constructie” van kennis tussen studenten is een belangrijke voorwaarden voor leren in groepen. Onze bevindingen wijzen uit dat studenten met extrinsieke motivatie minder bijdrages “uitlokken” en daardoor minder feedback krijgen op hun leerproces.

Praktische implicaties
Een belangrijke bevinding in dit proefschrift is dat het type motivatie een sterke invloed heeft op bijdrages tot discussie als mede op sociale interactie tussen studenten. Voor docenten is het belangrijk te realiseren dat motivatie invloed heeft op het gedrag van studenten in teams. Met name extrinsiek gemotiveerde studenten hebben veel moeite om actief bij te dragen aan discussies in online contexten. Bovendien bevinden extrinsiek gemotiveerde studenten zich vaker op de rand van het sociale netwerk omdat ze minder reacties uitlokken van medestudenten. Uiteindelijk lopen zij het risico om uit te vallen in de cursus.

Docenten kunnen door middel van motivatievragenlijsten actief de motivatie van studenten meten, waardoor op maat gemaakte begeleiding beter tot zijn recht komt. Daarnaast kan het gebruik van log-files een hulpmiddel zijn voor docenten om gedurende een cursus mogelijke “uitvalkandidaten” te traceren. Door deze studenten actief te benaderen kan de docent proberen om de studenten te stimuleren om meer of andere type bijdrages te geven en te voorkomen dat deze studenten uitvallen. Bijvoorbeeld, een docent kan navragen waarom een student weinig bijdraagt en of alles goed is met de thuissituatie, of het duidelijk is wat van de student verwacht wordt in de cursus, etc. Ook het geven van advies hoe je een bijdrage opstelt die veel reactie van andere studenten uitlokt kan een hulpmiddel zijn om “uitvalkandidaten” in online teams meer bij de sociale interactie te betrekken.

Onbeantwoorde vraag
Een vraag waarop het proefschrift helaas geen antwoord geeft is: Is er een positieve correlatie tussen intrinsieke motivatie en studiesucces? Bart Rienties wekt in zijn proefschrift wel de indruk dat die correlatie bestaat, maar hij toont het niet aan d.m.v. onderzoek.

Daarom is het interessant om te wijzen op twee andere publicaties:
• een proefschrift uit 2011 van Rutger Kappe getiteld: Determinants of success: a longitudinal study in higher professional education. In dit proefschrift doet hij verslag van een onderzoek onder HBO-studenten HRM die hij van het begin van hun studie tot het begin van hun werkzame leven gevolgd heeft. Eén van de belangrijkste conclusies is dat karakterkenmerken zoals intrinsieke motivatie belangrijker zijn voor studiesucces dan intelligentie.
• een publicatie van Lauren McDonald uit 2012 getiteld: ‘A Practical Review of the Role of Intrinsic Motivation In Online Learning’, waarin factoren worden beschreven ter bevordering van intrinsieke motivatie en suggesties hoe docenten via online onderwijs die kunnen beïnvloeden.

Literatuur
1) Rienties, Bart Carlo (2010). Understanding social interaction in Computer-Supported Collaborative Learning. Proefschrift Universiteit Maastricht.
2) Rienties, B., Tempelaar, D. T., Waterval, D., Rehm, M., & Gijselaers, W. H. (2006). Remedial online teachning on a summercourrse. Industry and Higher Education, 20(5), 327-336.
3) De Laat, M., Lally, V., Lipponen, L., & Simons, R.-J. (2007). Online teaching in networked learning communities: A multi-method approach to studying the role of the teacher. Instructional Science, 35(3), 257-286
4) Vallerand, R. J., Pelletier, L. G., Blais, M. R., Brière, N. M., Senécal, C., & Vallières, E. F. (1992). The academic motivation scale: A measure of intrinsic, extrinsic, and amotivation in education. Educational and Psychological Measurement, 52, 1003–1017.
5) Kappe, Rutger (2011) Determinants of success: a longitudinal study in higher professional education.
6) Mcdonald, Lauren (2012), ‘A Practical Review of the Role of Intrinsic Motivation In Online Learning.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s